1. Bereid je zorgvuldig voor
Zorg er voor dat je grondig bent voorbereid, een goede lichaamsconditie hebt en bent voorzien van goede uitrustingsstukken voor je aan je geplande tocht begint.
2. Laat informatie achter over je tocht
Veel hutten, hotels en andere accommodaties beschikken over kistjes of busjes waarin geschreven boodschappen kunnen worden achtergelaten met informatie over tocht die je wilt gaan maken.
3. Houd het weer in de gaten
Let goed op waarschuwingen voor slecht weer en vertrouw niet blindelings op voorspellingen van goed weer.
4. Zorg voor spullen tegen slecht weer en vorst
Neem altijd een rugzak mee met spullen waarmee je kunt wapenen tegen slecht weer en vorst.
5. Luister naar de plaatselijke bevolking
De bevolking ter plaatse kan je vaak vertellen op welke paden je de meeste kans hebt op lawines, over wind- en sneeuwcondities en over de veiligste routes.
6. Gebruik een kaart en een kompas
Zorg dat je altijd een kaart en een kompas bij je hebt – en zorg ervoor dat je weet hoe je ze moet gebruiken.
7. Ga niet alleen op pad
Als je er in je eentje op uittrekt is er niemand om zo nodig eerste hulp te verlenen of een reddingsdienst in te schakelen
8. Keer op tijd om – stoppen is geen schande
Als de omstandigheden zo snel verslechteren dat je twijfelt of je het doel wel kunt bereiken, draai dan om en keer terug naar je uitgangspunt.
9. Bewaar energie en maak zonodig en schuilplaats in de sneeuw
Hoe sterker de wind, hoe moeilijker het is om te lopen of te skiën. Stem je snelheid af op de zwakste in de groep. Bouw zonodig een sneeuwhut.
Kijk voor meer gedetailleerde veiligheidsinstructies op de Noorse Berg Code (Noors: Fjellvettreglene of in het Engels: Norwegian Mountain Code).