Landschap
Van het opwindende landschap werd 15.000 vierkante kilometer tijdens de IJstijd gevormd. Het terrein loopt geleidelijk op van de mooie fjorden naar 2.000 meter boven zeeniveau – van conifeerachtigen naar loofbomen en door het Hallingdal met de plaatsen Hemsedal en Geilo.
Het bergachtige gebied verloopt in het zuidwesten redelijk gelijkmatig, wordt glooiend in het noorden en gaat over in nauwe dalen en fjorden op zeeniveau. Naar het westen strekt zich de Hardangerfjord uit. Naar het noorden komen de Flåm-, de Undredal-, de Nœrødalen-, de Aurlandsdalenvallei en Lœrdal op de Sognefjord uit – de langste fjord van Noorwegen.
Gletsjers en watervallen zijn hier natuurverschijnselen van alledag. Driekwart van het gebied ligt tussen 900 en 1.900 meter boven zeeniveau. De boomloze Hardangervidda, met zijn arctische klimaat en dito flora en fauna, is een van de grootste hoogvlakten van Europa. Hardangerjøkulen, Hallingskarvet en Reineskarvet zijn zeer markante bergruggen.
Historisch perspectief
De natuur legde de basis voor de visserij, de landbouw, de waterkracht en het toerisme. De mensen uit de IJzertijd leefden in de bergen van rendieren, sneeuwhoenen en forellen. Boeren vonden er zowel grazige weiden als grond die ijzererts bevatte. De bossen zorgden voor timmerhout voor de staafkerken en stevige woningen.
Op markten wisselden de bewoners van het berg- en fjordengebied goederen uit en zorgden voor handelsbanden en sociale contacten. De Hardanger viool was daarbij altijd de bindende factor – dansen, kleding en voedsel verschilden overal. De tradities bleven overeind, ook toen nieuwe industriesteden ontstonden. De ontwikkeling van de waterkracht begon rond 1900.
De eerste toeristen kwamen rond 1850 naar het gebied. Zij waren geïnteresseerd in jagen, vissen en bergwandelen. Fjordcruises begonnen meer dan honderd jaar geleden en kort daarna kwamen ook de eerste toeristen die belangstelling hadden voor skiën.
Vandaag de dag delen toeristen de faciliteiten met ongeveer 50.000 permanente bewoners die hun brood verdienen in het toerisme, het vervoer, de communicatie, de dienstverlening, de landbouw, de visserij, de aquacultuur, de voedselproductie, de handnijverheid, de industrië, de houtproductie en de waterkrachtbedrijven.
Belangrijke rivieren met veel vis: Lœrdalselva, Hallingsdalselva en Hemsila.
Gemeenten en inwoners
In de Hallingdalvallei (in de provincie Buskerud):
- Flå (1.030)
- Nes (3.500)
- Gol (4.400)
- Hemsedal (1.900)
- Ål (4.700)
- Hol (4.600)
In Hardanger (in de provincie Hordaland):
- Eidfjord (900)
- Ullensvang (3.500)
- Odda (7.500)
- Kvam (8.400)
- Jondal (1.200)
- Ulvik (1.200)
- Granvin (1.020)
In het zuidelijk deel van Inner Sogn (in de provincie Sogn og Fjordane)
- Aurland (1.800)
- Lœrdal (2.200)
Infrastructuur
Hallingdal, Hardanger, Sogn en al hun grote en kleine bergwegen liggen rond de hoofdweg tussen Oslo en Bergen. Tunnels, veerboten en bruggen hebben de afstanden verkort. De trein, in combinatie met bussen en boten, maakt een reis zonder auto mogelijk.
Afstanden
van naar kilometers
Oslo Flå 137
Oslo Nes 172
Oslo Gol 192
Oslo Ål 218
Oslo Hemsedal 223
Oslo Geilo 242
Oslo Eidfjord in Hardanger 330
Oslo Flåm, Sogn 330
Bergen Eidfjord 149
Bergen Flåm 160
Bergen Geilo 237
Bergen Hemsedal 278
Bergen Ål 262
Bergen Gol 287
Bergen Nes 307
Bergen Flå 342
Oslo Bergen 479