De mooie dorpjes in het Ottadal
“Het is jammer om zulke mooie dorpjes plat te branden,” zei Sint Olav duizend jaar geleden tijdens zijn kruistochten. Maar alles keerde ten goede. De bewoners van het Ottadal werden bekeerd en de dorpen bleven gespaard. Vågå, Lom en Skjåk zijn de drie gemeentes in het Ottadal. Bij elkaar hebben ze 10.000 inwoners.
Het mooie en ongerepte landschap is indrukwekkend. Het gebied was altijd een belangrijke doorgangsroute vanuit het oosten naar West Noorwegen. Maak eens een rit met de auto over de Sognfjellsvegen (rv. 55), de hoogste bergweg in Europa en één van de National Tourist Routes in Noorwegen.
Skjåk
De gemeente Skjåk beschikt over een netwerk van gemarkeerde wandelpaden en natuurpaden. Bijvoorbeeld het natuurpad langs de Aursjøen en de paden in de regio Botn in de buurt van Dønfoss. Een andere populaire wandeling: Skridalaupen (een bergtop ten noorden van Grotli). Ook het gebied rond Sota Sæter leent zich uitstekend voor wandelingen.
Vågå
Vågå is het eerste dorp in het Ottadal. Het centrum van het plaatsje is heel gezellig. Met als belangrijkste toeristische attractie de kerk van Vågå.
Jutulheimen Dorpsmuseum ligt op loopafstand van het dorpscentrum. Een startpunt voor tal van mooie wandelingen. Niet ver van het dorpscentrum vindt u Blåhø, een sensationeel uitzichtpunt. Bij helder weer kunt u hier vandaan de bergen van Jotunheimen, Rondane en Dovre zien.
De bergrug van Bessegen is het decor van vermoedelijk de bekendste bergwandeling in Noorwegen. Bessegen ligt in het district Vågå. Om precies te zijn bij het Gjendemeer.
Lom
Halverwege het Ottadal vindt u het bergdorpje Lom. Lom is de gemeente op wiens grondgebied de hoogste bergtoppen van Noorwegen zijn te vinden en de helft van het Jotunheimen Nationaal Park.
Fossbergom, een plaatsje met moderne bebouwing, is het bestuurlijk centrum van de regio. De meeste inwoners zijn werkzaam in het toerisme, de handel en de dienstensector. De regio herbergt ook heel veel uitstekende handwerkslieden die prachtige producten maken, die gebaseerd zijn op lokale tradities.
Jotunheimen
De Noorse auteur Aasmund Olavsson Vinje gaf in 1862 de naam Jøtunheimen aan dit berggebied. Hij was geïnspireerd door het ruige landschap en de Noorse mythologie. De Jotuns – trollen - woonden hier in de bergen. Later werd de naam veranderd in Jotunheimen. En dat is nu nog de naam van dit fantastische berggebied.
Hoge bergtoppen
Jotunheimen, op de grens van de provincies Oppland en Sogn of Fjordane, is een uitgestrekt ongerept berggebied met majestueuze bergen en gletsjers.
De keiharde, onverwoestbare rotsen zijn gevormd onder grote druk van de aardkorst en later omhooggestuwd. In Jotunheimen vindt men de hoogste bergen van Noorwegen: Galdhøpiggen (2469 meter boven zeeniveau) en Glittertind (2464 meter boven zeeniveau).
Hoogterecord voor Noorse planten
Jotunheimen heeft het hoogterecord voor een groot aantal planten van de Noorse bergflora. De mooie gletsjerranonkel is een plantje dat op een hoogte van 2370 meter – slechts 100 meter onder de top van de Glittertind – groeit en bloeit. Paarsgekleurde steenbreek en hemelsleuteltje groeien ook nog op een hoogte van 2300 meter boven zeeniveau.